De Slag van Moe’ta

Toen de gezanten terugkeerden, bereidde de Boodschapper van Allah (saw) een leger voor en verklaarde djihaad buiten het Arabische Schiereiland. Hij (saw) begon het nieuws over de Romeinen en de Perzen te controleren en omdat hij grensde aan de Romeinen, informeerde hij constant over hen en verzamelde informatie over hen. Hij (saw) dacht dat de Boodschap van Islam zich snel zou verspreiden als het buiten het Arabisch Schiereiland zou geraken. Daarom, was hij er zeker van dat asj Sjaam (nu groter Syrië) het doorbreekpunt zou zijn. Sinds Badhan, de gouverneur van Chosroes in Jemen, Islam had omarmd, was hij (saw) verzekerd tegen een dreigend gevaar van uit daar en hij begon te denken over het uitzenden van troepen naar asj Sjaam om de Romeinen te bevechten. Dus in de maand van Joemada al Oela, in het zevende jaar na Hijra, omstreeks een paar maanden na het verdrag van Hoedaybiya, verzamelde hij (saw) een elite macht van drie duizend strijders en wees Zayd ibn Haritha aan als hun commandant. Hij (saw) zei tegen hem: “Als Zayd gewond raakt, moet Dja’far de leiding overnemen en als Dja’far gewond raakt, moet ‘Abdoella ibn Roewaha de leiding overnemen”. Het leger vertrok en Khalid ibn al Walid (die Islam had omarmd na het verdrag van Hoedaybiya) was onder hen. De Boodschapper van Allah (saw) marcheerde met hen tot de rand van Medina, hij (saw) verbad hen om vrouwen, gehandicapten of kinderen pijn te doen of om bomen om te hakken en gebouwen te vernietigen. Hij (saw) en de rest van de moslims prezen Allah en deden doe’a voor hen, zeggende: “Moge Allah met jullie zijn, jullie beschermen en jullie veilig naar ons laten terugkeren.” Het leger marcheerde voort en haar leiders ontwierpen hun oorlogsplan, beslissend dat het een snelle en beslissende aanval zou worden. Zij besloten om een verrassingsaanval uit te voeren op de mensen van asj Sjaam, zoals de Boodschapper van Allah (saw) gewoonlijk deed bij zijn overvallen. De commandanten van het leger gingen akkoord met dit plan en gingen voort om het te voltooien. Echter toen zij Moe’an (het noorden van Arabië) bereikten, kwam hen ten ore dat Sharhabiel al Ghassani, Heraclius’ gouverneur van asj Sjam een leger van 100.000 strijders had verzameld om hen te confronteren. Het nieuws bereikte hen en het kwam als een schok voor hen en ze sloegen hun kamp op bij Moe’an voor twee nachten, denkende wat ze moesten doen nu ze geconfronteerd werden met zo'n gigantisch leger. Het meest voor de hand liggend was voor hen om een brief te schrijven naar de Boodschapper van Allah (saw) hem informerende over de aantallen van de vijand en of hij (saw) versterking kon zenden, anders zouden ze wachten op zijn orders. ‘Abdoella ibn Roewaha moedigde de mensen aan zeggende: “O mensen! Bij Allah, waar jullie afkeer voor hebben is hetgeen jullie waarvoor uit zullen moeten komen: namelijk martelaarsschap. We bevechten de vijand niet met aantallen, macht of massa, maar we bevechten hen met deze dien, hetgeen waarmee Allah (swt) ons heeft geëerd. Dus haast jullie! Beide uitkomsten zijn ultiem: de overwinning of martelaarsschap.” De mannen waren opgewekt na deze woorden en hun imaan versterkte. Daarom gingen ze voorwaarts totdat ze het dorp van Mashaarif bereikten. Toen de vijand naderde trokken de moslims zich terug naar een dorp genaamd Moe’ta. Daar begon de strijd tussen hen en de Romeinen. Het was één van de felste strijden ooit, dood en bloedbaden doemden op. De strijd tussen drieduizend moslims die klaar waren voor het martelaarschap, en 200.000 ongelovigen (een extra 100.000 manschappen waren gezonden om het Romeinse leger te versterken) verzamelden om de kracht van de moslims te vernietigen. Het gevecht was fel en Zayd ibn Haritha vocht terwijl hij de banier van de Boodschapper van Allah (saw) vasthield, hij ging onverminderd voorwaarts tot diep in het hart van het leger van de vijand, zonder enig moment de consequenties te vrezen. Hij vocht dapper wetende dat het martelaarschap was op de weg van Allah, zijn moed was fenomenaal, zijn heldhaftigheid ongekend totdat hij stierf aan de wonden veroorzaakt door de speren van de vijand die zijn lichaam openreten. Daarna nam Dja’far ibn Abi Talib de banier over; hij was een knappe jonge man van 33 jaar oud. Ook hij vocht hard, de dood trotserend totdat de vijand zijn paard omsingelde, dus sprong hij eraf en verlamde haar en ging voorwaarts tot in het hart van de vijand totdat een Romein hem sloeg met zijn zwaard, en hem in tweeën hakte waardoor hij stierf. ‘Abdoellah ibn Roewahah nam de banier terwijl hij met zijn paard reed. Hij moest druk op zichzelf uitoefenen want hij aarzelde om voorwaarts te gaan. Hij ging voort en vocht totdat ook hij gedood werd. Daarna nam Thabit ibn Arqam de banier over en zei: “O moslims! Kom bijeen bij één man!” Dus verzamelden ze zich bij Khalid ibn al Walid. Hij nam de banier en verzamelde de moslims rond hem en organiseerde hen proberend de vijand buiten te houden. Het lukte hem het vechten te beperkten tot enkele schermutselingen totdat de nacht was aangebroken. Tijdens de nacht verzon Khalid ibn al Walid een slim plan om terug te trekken nadat hij de massa van het leger van de vijand realiseerde en vergeleek met de magere aantallen aan zijn kant. En volgens zijn zorgvuldig bedachte plan beval Khalid dat een sectie van het leger moesten zorgen voor enig oproer en geluid aan de achterkant om zo de vijand te laten denken dat versterking was gearriveerd. Toen ze dit hadden gedaan werd de vijand bang en zagen ze ervan af de moslims aan te vallen, ze waren opgetogen dat Khalid hen niet aanviel. Daarna trok Khalid zich terug en nam zijn troepen terug naar Medina, zonder overwinning en zonder grote verliezen te hebben geleden. De commandanten van deze strijd en hun strijders wisten dat de dood op de loer lag, desondanks vochten ze heldhaftig en werden gedood. Islam beveelt de moslim te vechten op de weg van Allah, doden en gedood worden, en dit is een manier van vechten dat wordt gezien als een investering want het is djihaad op de weg van Allah. Hij (swt) zei in soerah at Tawba: )إِنَّ اللَّهَ اشْتَرَى مِنَ الْمُؤْمِنِينَ أَنْفُسَهُمْ وَأَمْوَالَهُمْ بِأَنَّ لَهُمُ الْجَنَّةَ يُقَاتِلُونَ فِي سَبِيلِ اللَّهِ فَيَقْتُلُونَ وَيُقْتَلُونَ وَعْدًا عَلَيْهِ حَقًّا فِي التَّوْرَاةِ وَالْإِنْجِيلِ وَالْقُرْءَانِ وَمَنْ أَوْفَى بِعَهْدِهِ مِنَ اللَّهِ فَاسْتَبْشِرُوا بِبَيْعِكُمُ الَّذِي بَايَعْتُمْ بِهِ وَذَلِكَ هُوَ الْفَوْزُ الْعَظِيمُ( “Voorwaar, Allah heeft van de gelovigen hun levens en bezittingen gekocht omdat er voor hen Paradijs is. Zij strijden op de Weg van Allah, zodat zij doden en gedood worden, als een belofte waar Hij Zicht aan heeft verbonden, een Waarheid (die staat vermeld) in de Taurat, en de Indjiel en de Koraan. En wie is zijn belofte meer trouw dan Allah? Verheugt jullie daarom over jullie koop die jullie met Hem hebben gesloten. En dat is de geweldige overwinning.” (VBK At Tawba, 9 vers 111) Dat is de reden waarom deze helden vochten ondanks de zekere dood die hen tegemoet kwam. Een moslim vecht als er geen andere optie is dan om te vechten ongeacht of de dood zeker is of niet. In djihaad, worden kwesties niet gemeten door aantallen van de vijand of zijn wapens, noch door zijn massa, maar door het resultaat dat het bereikt ongeacht de opoffering voor deze uitkomst. De oorlog van de moslims met de Romeinen in Moe’ta was absoluut cruciaal, de commandanten hadden geen keuze dan de vijand te ontmoeten in de strijd, ondanks het feit dat de dood op de loer lag. Dus de moslim zou nooit de dood moeten vrezen, noch zou hij iets anders moeten overwegen dan te vechten op de weg van Allah (swt). De Boodschapper van Allah (saw) wist al de tijd al dat het gevaarlijk was zijn troepen te zenden naar het Romeinse rijk om hen te bevechten op hun grenzen. Maar het was nodig om hen angst aan te jagen, aan te tonen hoe de gelovigen vechten en hoe hun moed en hun geloof ongekend waren ondanks hun kleine aantallen. Het risico was het nemen waard want het baande een weg voor verdere djihaad door de moslims, om op die manier Islam te verspreiden en te implementeren in de landen die ze openden. Het risico en het avontuur was succesvol, want het bleek een introductie te zijn voor de slag bij Taboek en het kwam als een hevige klap voor de Romeinen, die beefden bij de gedachte de moslims opnieuw te confronteren, totdat asj Sjaam veroverd was.
Afdrukken