De Haat van de Kruisvaarders

Eén van de Franse schrijvers Graaf Henri Decastri schreef in zijn boek genaamd ‘Islam’ in 1896: “Ik kan me niet voorstellen wat de moslims zouden zeggen als zij de verhalen van de middeleeuwen hoorden en begrepen wat de Christelijke redenaars zeiden in hun kerkliederen; al onze kerkliederen, zelfs degenen die verschenen voor de twaalfde eeuw, kwamen voort uit een concept wat de oorzaak was van de kruistochten. Deze kerkliederen waren gevuld met haat jegens de moslims door totale onwetendheid van de religie. Als een resultaat van deze kerkliederen, begonnen de haat en de onjuiste ideeën zich stevig te wortelen in de gedachten van de mensen waarvan sommigen dezen dagen nog steeds die foute concepten dragen. Iedereen beschouwde de moslims als polytheïsten, ongelovigen, aanbidders van idolen en afvalligen.” Dit is hoe de Christelijke geestelijken in Europa de moslims en hun dien beschreven. De beweringen in de middeleeuwen waren verschrikkelijk en dezen waren gebruikt om de gevoelens van haat en vijandigheid jegens de moslims op te wekken. De Christelijke wereld werd beïnvloed en de kruistochten vonden plaats. Na een periode van twee eeuwen, resulterende in het verlies en de vernedering van de Christenen, begonnen de moslims het Westen opnieuw te veroveren in de 15e eeuw toen de Islamitische Staat Constantinopel binnenviel. Daarna, in de 16e eeuw, breidden ze uit tot oost en zuid Europa en droegen Islam naar haar mensen. Miljoenen van de inwoners van Albanië, Joegoslavië, Bulgarije en andere landen omarmden Islam tijdens dit proces. Opnieuw leefden de vijandelijkheden van de kruistochten op en het oriëntalistische concept verscheen, betreffende de tijd dat men zich afzette van de moslimlegers, dat de Islamitische opeingen een halt toe riep en de dreiging van de moslims reduceerde. Deze diepgewortelde vijandigheid in de gedachten en de harten van de Europeanen spoorde alle Christenen in Europa aan hun missionarissen naar de moslimlanden te sturen in de naam van wetenschap en cultuur. De missies namen vorm in scholen, klinieken, verenigingen en clubs. De Europeanen wijdden bijna ongelimiteerde bronnen en reusachtige inspanningen aan het missionarissenwerk. Ze combineerden hun inspanningen en methodologie ondanks hun verschillen in beleid en interesses. Mensen en staten werden verenigd achter de missionare inspanning vanaf dat het werd geleid door hun consuls, ambassadeurs, delegaties en missionarissen. De haat van de kruisvaarders gekoesterd door de Westerlingen, vooral in Europa en nog meer door Groot-Brittannië, en hun diepgewortelde vijandigheid en overduidelijke kwaadaardigheid waren de oorzaak van onze uiteindelijke vernedering in ons thuisland. Generaal Allenby zei in 1917 toen hij al Qoeds binnenging: “Vandaag zijn de kruistochten beëindigd.” Dit was een simpele en reële expressie van wat ze duidelijk voelden. Het reflecteerde de haat en kwaadaardigheid die hij koesterde en hetzelfde kan gezegd worden over elke Europeaan die deelnam aan de strijd – cultureel en militair - tegen de moslims. Allah (swt) zegt: “Haat is reeds verschenen vanuit hun monden, wat hun borsten verbergen is nog veel erger.” (VBK soerah ali ‘Imraan 3, vers 118) Wat Allenby had gezegd was inderdaad meest weerzinwekkend en wat zijn land, Groot-Brittannië, koesterde was ongetwijfeld zelfs nog veel erger; dit zonder zelfs gesproken te hebben over de rest van de Europeanen. Deze kwaadaardigheid en haat bestond al sinds de dagen van de kruistochten en het duurt tot vandaag de dag nog altijd voort. Wat wij meemaken in termen van onderdrukking, vernedering, kolonialisatie en exploitatie – in vergelijking tot het politieke aspect - is in feite een daad van brute wraak op de moslims. Inderdaad is het specifiek jegens de moslims. Leopold Weiss schreef in zijn boek Islam op de tweesprong (crossroads): “De gehele renaissance, ofwel de opleving van wetenschap en Europese kunst wat veel te danken had aan Islamitische en Arabische bronnen, werd altijd toegeschreven aan het materiële contact tussen Oost en West. Europa heeft inderdaad veel geprofiteerd van de Islamitische wereld, maar ze erkenden dit echter niet, noch toonden ze enige dankbaarheid door hun haat voor Islam te verminderen. In feite groeide deze haat steeds sterker en dieper over de jaren heen en tot momenten dat het ongecontroleerde proporties bereikte. Deze haat golfde door het populaire gevoel en werd afgevuurd elke keer dat het woord moslim werd genoemd. De haat werd een deel van hun populaire erfenis totdat het wortel schoot in de harten en gedachten van elke Europese man en vrouw, en nog verbazingwekkender echter was dat het in leven bleef, zelfs na al de fasen van culturele verandering die plaatsvonden. Daarna kwam een eeuw van religieuze hervormingen, toen Europa werd verdeeld in sekten en elke sekte in de confrontatie stond met andere sekten, tot de tanden bewapend, klaar voor de strijd: echter, vijandelijkheid jegens Islam bleef hetzelfde binnen elke sekte. Snel hierna kwam er een tijd waar religieuze hartstocht afnam maar de haat van Islam bleef zo sterk als ooit. Een duidelijk voorbeeld van dit was geleverd door de Franse filosoof en poëet Voltaire, alhoewel hij een aartsvijand van het Christendom en de Kerk was in de 18e eeuw, uitte hij in die tijd ook zijn gevoelens van haat en arrogantie jegens Islam en de boodschapper van Islam; na een aantal eeuwen, kwam er een tijd toen de Westerse intellectuelen de buitenlandse culturen begonnen te ontdekken en keken naar hen met enige sympathie en openheid, echter toen het op Islam aankwam, begon de traditionele minachting hun wetenschappelijke onderzoeken te infiltreren op een buitengewoon partijdige manier; en een groot gat dat de geschiedenis opgroef tussen Europa en de Islamitische wereld bleef onoverbrugd, hierna begon de verachting van Islam een integraal deel te worden van de Europese mentaliteit.” Het was op deze basis dat de missionaristische verenigingen hierboven genoemd, werden gevestigd. Hun doel was de Christelijke religie te verkondigen en twijfel te zaaien in de dien van de moslims, hen leidend het in minachting te houden in hun harten en hun eigen fouten eraan toe te schrijven. Aan de andere kant was het doel van de verenigingen ook politiek van aard en de consequenties waren verschrikkelijk in beide gevallen en toegenomen tot onverwachte proporties. De missionaristische beweging was gevestigd op basis van de vernietiging van Islam door het te schandaliseren, door problemen en voorgevoelens over haar en haar regels te creëren, om tussen de mensen en de weg van Allah (swt) te komen en om de moslims te vervreemden van hun dien. Achter deze missionaristische bewegingen kwamen de oriëntalistische bewegingen die hetzelfde doel voor ogen hadden. Inspanningen en hulpbronnen werden verenigd in heel Europa en er werd voor de tweede keer een kruistocht tegen Islam gevoerd; deze keer was het een culturele oorlog welke het verstand vergiftigde door wat zij vervormd hadden van de Islamitische wetten en hoge Islamitische waarden, de vergiftiging van de jonge moslim gedachten door wat zij hadden vermeend van Islam en de historie van de moslims in de naam van wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke eerlijkheid. Het was in realiteit het culturele vergif welke gevaarlijker was dan de kruistochten. De missionarissen verspreidden hun giftige vuiligheid in de naam van wetenschap en mensheid. Zij deden het in de naam van oriëntalisme. Zoals Weiss zei: “De realiteit is dat de eerste oriëntalisten van de moderne tijd Christelijke missionarissen waren die in de moslim landen werkten, het vervormde beeld dat zij fabriceerden vermeend van Islamitische leerstellingen en geschiedenis was deskundig ontworpen om een negatieve reactie te garanderen en de idolen aanbidders, de moslims, met de Europese opinie te beïnvloeden; dit verdraaide concept ging echter voort, ondanks het feit dat de oriëntalistische studies gevrijwaard zijn van missionaristische invloeden, het oriëntalisme scheidend van elke religieuze en onwetende hartstocht dat het zou misleiden. Voor wat de oriëntalistische vijandigheid voor Islam betreft, dit was een geërfd instinct en een natuurlijke karakteristiek verkregen via de effecten van de kruistochten”. Deze geërfde vijandigheid is hetgeen wat de haat in de harten van de westerlingen tegen de moslims aanmoedigde. Het is hetgeen dat Islam afbeeldt, zelfs in moslimlanden, aan moslims en niet-moslims als zijnde de boeman of deze demon die de vooruitgang van de mens zou vernietigen. Het dient in feite om hun ware angst voor Islam te bedekken, want zij weten dat als Islam diep in de harten en gedachten van de mensen geplant is, dit het einde zou betekenen voor de hegemonie van de ongelovige koloniale machten over de Islamitische wereld en de terugkeer van de Islamitische Staat om opnieuw het uitdragen van de Boodschap van de Islamitische wereld voort te zetten – en het zal terugkeren InsjaAllah – omwille van de mensheid en het Westen zelf. Het werk van de missionarissen zal uiteindelijk veranderen tot verdriet en leed voor hen; Allah (swt) zegt: “Voorwaar, degenen die niet geloven besteden hun bezittingen om (de mensen) van het Pad van Allah af te houden. Zij zullen deze (bezittingen blijven) besteden, maar daarna zullen deze een bron van spijt voor hen worden”. (VBK soerah al Anfaal 8, vers 36) De geërfde vijandigheid is wat elke anti-Islamitische beweging ondersteunde. Je zult de Westerse geleerde Taoïsme, Hindoeïsme, Boeddhisme of Communisme zien onderzoeken zonder enige haat of vooroordeel. Als hij Islam bestudeert zullen kwaadaardigheid, haat en verachting al snel aan de oppervlakte komen, ondanks het feit dat de moslims verslagen waren door de kolonialistische ongelovigen. De Westerse kerkelijkheid, ondersteund door de kolonialisten, doen nog steeds aan actieve samenzwering jegens Islam en zij zullen nooit de schandalisering van Islam en de moslims, door het verlagen van Moehammad (saw) en zijn Metgezellen of door het injecteren van laster in de geschiedenis van Islam en de moslims, verminderen. Dit alles om hun wraak te nemen en de greep van de kolonialisten te doen versterken.
Afdrukken