Delegaties naar de Aangrenzende Landen

Toen de Boodschapper van Allah (saw) tevreden was over de status van de Boodschap binnen het geheel van het schiereiland, begon hij (saw) zijn da'wah onvermurwbaar te verspreiden zelfs voorbij het schiereiland, aangezien Islam een universele dien omvat en hij (saw) was gestuurd voor de gehele mensheid. Allah (swt) zegt in soerah al Anbiya’: )وَمَا أَرْسَلْنَاكَ إِلَّا رَحْمَةً لِلْعَالَمِينَ( “En Wij hebben jou (O Moehammad) slechts gezonden als een barmartigheid voor de ‘Alamin.” (VBK soerah Al Anbiya, 21 vers 107) Allah (swt) zegt ook in soerah Saba’: )وَمَا أَرْسَلْنَاكَ إِلَّا كَافَّةً لِلنَّاسِ بَشِيرًا وَنَذِيرًا وَلَكِنَّ أَكْثَرَ النَّاسِ لَا يَعْلَمُونَ( “En Wij hebben jou niet anders gezonden dan aan de gehele mensheid en als een verkondiger van verheugende tijdingen en als een waarschuwer”. (VBK soerah Saba’, 34 vers 28) Allah (swt) zegt in soerah at Tawba: )هُوَ الَّذِي أَرْسَلَ رَسُولَهُ بِالْهُدَى وَدِينِ الْحَقِّ لِيُظْهِرَهُ عَلَى الدِّينِ كُلِّهِ وَلَوْ كَرِهَ الْمُشْرِكُونَ( “Hij is het Die Zijn Boodschapper heeft gezonden met de leiding en de ware godsdienst, om deze te doen zegevieren over alle godsdiensten, ook al hebben de veelgodenaanbidders er een afkeer van”. (VBK soerah At Tawba, 9 vers 33) De Boodschapper van Allah (saw) begon contacten te creëren met het buitenland, toen hij de Staat en de Islamitische da'wah thuis veilig gesteld en versterkt had. Hij (saw) begon gezanten naar het buitenland te sturen. Hij (saw) beschouwde elk deel van het schiereiland dat nog niet onder zijn heerschappij was onder het bereik van zijn buitenlands beleid. Toen het hele schiereiland onder zijn heerschappij stond, werd het buitenlands beleid gedefinieerd als de zaken met elk land buiten de schiereiland, zoals de Perzische en Romeinse rijken. Nu hij (saw) het verdrag van Hoedaybiya had getekend en de autoriteit van Khaybar had geëlimineerd, viel de hele schiereiland onder zijn heerschappij, want de Qoeraisj konden het niet meer opbrengen om hem in de weg te staan. De Boodschapper van Allah (saw) zond daarom zijn gezanten naar het buitenland. Echter, hij (saw) deed het niet totdat hij (saw) zijn autoriteit thuis veilig gesteld had en sterk genoeg was om zijn buitenlandse beleid te ondersteunen. De Boodschapper van Allah (saw) vertelde zijn Sahabah een dag na zijn terugkeer uit Khaybar: “Oh, mensen! Voorwaar Allah heeft me gestuurd als barmhartigheid voor de gehele mensheid, dus geschil niet met mij zoals de Hawaryyoen geschilden met ‘Isa, zoon van Maryam”. De Sahabah vroegen: “En hoe geschilde de Hawaryyoen O Boodschapper van Allah?” Hij (saw) zei: “Hij nodigde hen uit tot wat ik jullie uitnodigde, wat betreft diegene die naar een dichtstbijzijnde plek gestuurd was accepteerde het, terwijl de andere die naar een verre plek gestuurd werd het niet aan stond en vertraagde”. En hij (saw) liet hen weten dat hij gezanten zou sturen naar Heraclius (de Keizer van Rome), Chosroes (de Keizer van Perzië), al Moeqawqis (de Koning van Egypte), al Harith al Ghassani (de Koning van al Hirah), al Harith al Himyari (de Koning van Jemen) en naar an Nadjasji (de Koning van Abysinnië), hen uitnodigend tot Islam. De Sahabah van de Boodschapper (saw) reageerden positief en zij maakten een zilveren zegel voor hem met de woorden “Moehammad de Boodschapper van Allah” erin gegraveerd. Hij (saw) zond toen zijn gezanten met de boodschappen die hij had geschreven, deze heersers uitnodigend tot Islam. Zijn boodschap aan Heraclius werd gegeven aan Dahiah ibn Khaliefah al Kalbi; diegene die gestuurd werd naar Chosroes was ‘Abdoellah ibn Hoedhayfa as Sahmi; naar an Nadjasji werd ‘Oemar ibn Oemayya ad Damri gestuurd; naar al Moeqawqis ging Hatib ibn Abi Balta’a’; naar de Koning van ‘Oeman ging ‘Amr ibn al ‘As as Sahmi; naar de Koning van al Yamama ging Soelait ibn ‘Amr, naar de Koning van Bahrein ging al‘Ala’ibn al Hadhrami; naar al Harith al Ghassani, Koning van Toekhoem asj Sjaam werd Shoeja’ ibn Wahab al Asadi gestuurd; en de boodschap aan al Harith al Himyari werd opgedragen aan al Moehajir ibn Oemayya al Makhzoemy. De gezanten vertrokken tegelijkertijd, elk van hen door Allah’s Boodschapper (saw) gestuurd. Zij bezorgden hun berichten en het merendeel van de leiders naar welke de Boodschapper (saw) berichten had gestuurd, reageerden enigszins positief, terwijl sommige negatief en erg onbeleefd reageerden. Wat de Arabische heersers betreft, de Koning van Jemen en ‘Oeman reageerden onbeleefd; de Koning van Bahrein reageerde positief en omarmde Islam; de Koning van Yamama antwoordde dat hij klaar was om Islam te accepteren als hij aangewezen zou worden als heerser, dus de Boodschapper (saw) keurde hem af. Wat de niet-Arabische heersers betreft, Chosroes, de Perzische monarch was woedend en verscheurde het bericht toen het aan hem voorgelezen werd. Hij schreef naar Badhan, zijn gouverneur in Jemen, hem vragend naar het hoofd van die man in Hidjaaz. Toen de Boodschapper van Allah (saw) dit had gehoord zei hij: “Moge Allah zijn koninkrijk verscheuren”. Echter, toen het bericht van Chosroes zijn gouverneur Badhan in Jemen bereikte, informeerde hij over Islam en verklaarde al snel zijn acceptatie van het geloof. Hij bleef de Boodschapper’s gouverneur in Jemen, hoewel hij niet al Harith al Himyari, Koning van Jemen was. Wat betreft de al Moeqawqis, de Leider van de Kopten, hij reageerde positief en zond een cadeau naar de Boodschapper van Allah (saw). An Nadjasji reageerde ook positief en er werd gezegd dat hij Islam had omarmd. Heraclius besteedde niet veel aandacht aan de boodschap, noch dacht hij erover na om een leger te sturen, noch zei hij iets. Toen al Harith al Ghassani toestemming zocht om een leger te leiden om deze preker te straffen (De boodschapper van Allah (saw), antwoordde hem niet, maar riep hem op naar al Qoeds (Jeruzalem) te gaan). Als resultaat van deze berichten, begonnen de Arabieren de dien van Allah in massa’s binnen te treden, hun menigtes haastte zich naar de Boodschapper van Allah (saw) om hun Islam te verkondigen. Voor de niet-Arabieren bereidde Allah’s Boodschapper (saw) een macht voor en verklaarde de djihaad jegens hen.
Afdrukken