Het uiteenvallen van de Islamitische Staat

De intellectuele verzwakking van de Islamitische Staat begon in de vijfde eeuw na Hidjra. In deze tijd waren er geleerden die een oproep deden aan het uit faseren van de idjtihaad, bewerend dat de deuren van idjtihaad gesloten waren en dat alle problemen van de mensen al aangekaart waren. Dit betekende de neergang van de staat. Hoewel er nog steeds enkele moedjtahiddoen over waren, had de afname van intellectualiteit al haar wortel geschoten en dit beïnvloedde de staat ernstig. Toen de kruisvaarders hun campagne gelanceerd hadden was de staat niet in staat om de uitdaging aan te gaan. De staat raakte in continue gevecht met de kruisvaarders, welke twee eeuwen duurden. De kruisvaarders overwonnen aanvankelijk en bezetten delen van de Islamitische Staat. Toen had de staat de bezette landen heroverd en de kruisvaarders verdreven. Heerschappij en autoriteit werden overgenomen door de Mamlukken die de Arabische taal negeerden evenals de intellectuele en wetgevende kant van haar heerschappij. De deur werd in het gezicht van idjtihaad dichtgegooid en het begrip van de Islamitische concepten verzwakte zorgwekkend. Geleerden werden gedwongen om het te doen met taqlied (imitatie) en het kwaad werd erger. Dit echter beïnvloedde de staat alleen van binnen, omdat de staat sterk bleef en haar internationaal beleid intact bleef. De Islamitische Staat bleef een supermacht, gevreesd door alle andere naties, de grootste en sterkste delen van de wereld in die tijd consoliderend. De Ottomaanse Staat nam de controle over het meeste van de toen gekende wereld. In de tiende eeuw na Hidjra (zestiende eeuw na Chr.) verenigde ze de Arabische landen onder haar heerschappij en haar domein strekte zich over een enorme gebieden. De Ottomaanse Staat concentreerde zich op haar militaire macht, de expansie van haar autoriteit, de glamour van haar heerschappij en macht. Het richtte zich ook op haar inspanningen in de openingen en negeerde de Arabische taal (ondanks het feit dat het essentieel is om Islam te begrijpen en één van de voorwaarden noodzakelijk voor een effectieve idjtihaad). De Ottomaanse Staat besteedde nooit aandacht aan Islam vanuit een intellectueel en wetgevend oogpunt, met als gevolg dat haar niveau van denkkracht en de vaardigheid om regels te extraheren van ongekende situaties ontbrak. In deze tijd werd de zwakheid van de Islamitische Staat niet opgemerkt, omdat het aan de top van haar glorie, kracht en militaire macht was. Haar ideologie, wetgeving en cultuur was in vergelijking met Europa superieur in elk aspect. De vergelijking verzekerde de staat en zorgde ervoor dat haar zwakheid verdraagbaar leek en genegeerd werd. Europa was nog steeds in een kuil van duisternis, chaos en onrust. Europa probeerde een renaissance te realiseren, maar het faalde elke keer. De Ottomaanse Staat zat in een veel betere situatie vergeleken met de Europese, met als gevolg dat zij zichzelf zag als superieur in haar cultuur en systeem van heerschappij. Dit veroorzaakte het negeren van de interne malaise waar de Ottomaanse Staat aan leed. Wat de aandacht van de Ottomaanse Staat van haar interne problemen veranderde was haar overwinning van Europa, haar overname van de Balkan en het zuidwestelijke deel van Europa. Deze overwinning zond een schokgolf door de rest van Europa en iedereen dacht dat het Islamitische leger nooit verslagen kon worden en dat niemand ooit succesvol de moslims kon bevechten. Dit was zo toen het probleem van de Oosterse Vraag voor het eerst aan de oppervlakte kwam. Haar betekenis was toen om het gevaar van de Ottomaanse invasie geleidt door Moehammad al Fath in de negende eeuw na Hidjra (zestiende eeuw na Chr.) te verhinderen. De invasie continueerde tot het eind van de elfde eeuw na Hidjra onder leiderschap van Soelayman al Qanoeny (De Geweldige). De openingen werden geconcentreerd in het midden van de twaalfde eeuw na Hidjra (achttiende eeuw na Chr.) gedurende de tijd dat de continuïteit van strijd een grote bron van kracht van de Islamitische Staat bleef. De kracht van de ‘aqiedah van de moslims en de specifieke concepten die zij droegen –hoewel deze concepten niet duidelijk in hun gedachten waren- had de staat een groot morele stimulans gegeven en dit hielp de instandhouding van hun militaire macht. Aanvankelijk had de aanwezigheid van het Islamitische regeringssysteem, ondanks haar misapplicatie en de stand van zaken in Europa, bijgedragen aan de continuïteit van de Islamitische Staat. In die tijd had de Islamitische Staat de mogelijkheid Islam juist te begrijpen en meer toewijding kunnen tonen in het leren van de Arabische taal en de aanmoediging van idjtihaad. De staat kon meer tijd steken in het begrijpen van de intellectuele en wetgevende zijde van Islam zodat het een sterke fundering zou verkrijgen waarmee ze haar openingen zou kunnen lanceren. Dit zou de staat in staat kunnen stellen de rest van de wereld te bevrijden door middel van Islam. De staat zou in een positie zijn om haar structuur aan te sterken en de wereld te overspoelen met de Islamitische cultuur en in dit proces de wereld te redden van de corruptie en het kwaad. Echter, niets hiervan gebeurde. Aanmoediging van het leren van de Arabische taal was beperkt in het geven van enkele onderwijsposten voor Arabieren en andere minderwaardige posities van jurisprudentie wat een kleine invloed had op het verbeteren van de kennis van de Arabische taal en had geen effect in het ontwaken van het intellect. Om de Arabische taal weer te laten opleven had de staat het haar officiële taal moeten maken, wat het altijd zo zou moeten zijn. Maar dit werd niet gedaan. Weer omdat niets werd gedaan aan de intellectuele en wetgevende fronten resulteerde de zwakke en misgeleide inspanningen voordurend in een status quo en de staat bleef op het verkeerde pad. Toen de tweede helft van de twaalfde eeuw na Hidjra (achttiende eeuw na Chr.) aanbrak, was de trend omgedraaid en de interne zwakheid werd tastbaar, omdat de staat gefundeerd was op de overblijfselen van het fout toegepast Islamitisch systeem. De heerschappij als een geheel was meer binnen de atmosfeer van het Islamitische systeem dan een Islamitisch systeem op zich. Dit was te wijten aan het gebrek aan begrip van Islam en haar misapplicatie door het gebrek aan idjtihaad en moedjtahiddien. In de dertiende eeuw na Hidjra (negentiende eeuw) balanseerde de machtsschaal van historie tussen de Islamitische Staat en de niet-Islamitische landen. De ontwaking van Europa was begonnen en dit werd duidelijk zichtbaar. Ondertussen koppelden de consequenties van de intellectuele stagnatie zich met de misapplicatie van het Islamitische systeem wat uiteindelijk de moslims raakte. De negentiende eeuw na Chr. getuigde van een intense intellectuele revolutie in Europa. Er werden aanzienlijke inspanningen verricht door Europese filosofen, schrijvers en intellectuelen en een veelomvattende verandering in de Europese concepten vond plaats met het doel de mensen van Europa te verenigen. Veel bewegingen werden opgericht en deze speelden een grote rol in het ontspringen van nieuwe opinies over het leven. Een van de meest significante gebeurtenissen die plaatsvonden was de verandering van het politieke en wetgevende systeem. Het spookbeeld van de monarchie van de despoot verdween om vervolgens vervangen te worden door een republiekeins systeem gebaseerd op een representatieve heerschappij en nationale soevereiniteit. Dit had een geweldig effect op de ontwaking van Europa vanuit haar slaap. De industriële revolutie had ook een meetellend effect op de Europese scène. Er waren talloze wetenschappelijke ontdekkingen en uitvindingen die van de Europese gedachtes ontsprongen. Deze factoren duwden Europa’s intellectuele en materiële vooruitgang naar voren. Deze materiële en wetenschappelijke progressie resulteerde in het vergroten van de machtsschalen in het voordeel van Europa en ten koste van de Islamitische wereld. Op internationaal gebied werd de kwestie van de Oosterse Vraag veranderd zodat het niet langer een vraag was die de dreigende Islamitische gevaar aan Europa bevatte, maar of de Islamitische Staat gelaten zou moeten worden zoals zij was of het verdeeld zou moeten worden. De Europese landen hadden verschillende opinies door hun verschillende belangen. Deze verandering van de Oosterse Vraag en Europa’s rijkdommen – gereflecteerd in haar intellectuele en wetenschappelijke vooruitgang (d.w.z de industriële revolutie) – ontstak een politieke schommeling tussen de Islamitische Staat en de ongelovige staten in het voordeel van de fragmentatie van de Islamitische Staat. De oorzaak van de politieke revolutie in Europa kwam van intellectuelen die een nieuwe manier van leven zochten. Zij adopteerden een specifieke visie betreffende het leven en omarmden een nieuwe doctrine. Gebaseerd op dit herziene vooruitzicht fundeerden zij een systeem. Dit leidde tot een verandering van gedachten en de set van waarden, een algemene transformatie in hun levens vormend en dit katapulteerde de industriële revolutie in beweging. In plaats van te kijken en diepzinnig te reflecteren op haar ideologie, in plaats van nieuwe concepten te stimuleren en hun toevlucht te nemen tot de idjtihaad om haar problemen op te lossen volgens de regels voortvloeiend vanuit haar ‘aqiedah, in plaats van wetenschap en industrie aan te nemen, fladderde de Islamitische Staat en verwerd ze onthutst over hoe te reageren op Europa’s verandering in voorspoed. Er bleef niets over met dank aan deze verwarring en deze verdere afglijding in wetenschap en industrie. Derhalve bleef het achterlopen op andere Europese landen in termen van materiële progressie en voorspoed. De Ottomaanse Staat was de Islamitische Staat, de Islamitische ‘aqiedah was de basis van de staat en haar systemen, de concepten van Islam waren haar concepten en de Islamitische visie op het leven was haar visie. Ze zou in feite gekeken moeten hebben naar de nieuwe concepten die rezen vanuit Europa en moeten afmeten tegen haar eigen ideologische criteria. Ze zou de nieuwe problemen moeten hebben bestudeerd vanuit een Islamitisch perspectief en haar vonnis hebben moeten gegeven over deze concepten en problemen met de hulp van adequate idjtihaad volgens de Islamitische visie. Uiteindelijk zouden de validiteit van zulke concepten moeten worden beoordeeld. Maar de staat deed geen van dezen, simpelweg omdat in hun gedachten Islam niet juist begrepen was. Het had geen juist gedefinieerde gedachten omdat het niet de Islamitische ‘aqiedah als intellectuele basis nam waarop alle concepten waren gebaseerd. De ‘aqiedah werd levenloos omdat haar levensbloed; idjtihaad stopte met stromen. De Islamitische cultuur – de verzameling van concepten betreffende het leven – was niet gekristalliseerd in de gedachten van de moslims. De cultuur was niet gekoppeld aan de acties van de staat. Dit leidde tot een ondergedompelde intellectuele verval wat een regressie veroorzaakte. Als resultaat was de Islamitische Staat achterwaarts gegaan door de intellectuele, culturele en industriële revolutie die ze meemaakten in Europa. Echter reageerden ze niet omdat ze intellectueel verlamd waren want ze konden niet tot een besluit komen om de Europese cultuur en prestaties te weigeren of aan te nemen. Ze konden niet differentiëren tussen wat is toegestaan om genomen te worden van wetenschap, ontdekkingen en industrie en wat verboden was genomen te worden van een bijzondere cultuur sinds de laatstgenoemde de visie over het leven bepaalde. Ze stagneerden en het was dit wat leidde tot achteruitgang van de Islamitische Staat terwijl de Europese progressie sterker werd. De moslims faalden de tegenstrijdigheid te realiseren tussen de Islamitische en Europese concepten. Een ander oorzaak was hun falen om te onderscheiden tussen wetenschap, industrie en uitvindingen wat Islam de moslims aanbeveelt na te streven, ongeacht de bron, cultuur en ideologie wat alleen geadopteerd kan worden van Islam. De Ottomanen begrepen Islam niet op de juiste manier. Deze blindheid leidde tot het leven op goed geluk van de staat en de oemmah. Ondertussen klampten haar vijanden zich vast aan een specifiek systeem en droegen deze uit. Europa werd de bezitter van een ideologie ongeacht de validiteit van haar credo en de Islamitische oemmah met haar correcte ideologie was aan het begin het leven in een verval in de schaduw van Europa’s ideologie. De Islamitische ideologie bleek ver van de levens van de mensen en iets van vroeger, want de oemmah leefde in een staat waar het verkeerd werd toegepast. Ondanks het feit dat de Boodschapper van Allah (saw) had gezegd: “Ik heb jullie twee dingen achtergelaten, houdt jullie eraan en jullie zullen nooit op het verkeerde pad komen: het Boek van Allah en mijn Soenna”, ondanks het feit dat de staat Islamitisch was en de oemmah moslim, ondanks haar vaste intellectuele bewaarplaats en rijkdom van de fiqhi wetenschap die toegankelijk was voor iedereen, begreep de staat de betekenis van die hadieth niet en nam ze niet de nodige stappen om de wortels van Islam, d.w.z. de ‘aqiedah terug te brengen. Inderdaad de Islamitische Staat profiteerde niet van deze rijkdom omdat op het moment dat idjtihaad was geblokkeerd en de intellectuele activiteit stopte, de Islamitische concepten werden vervaagd in de gedachten van de moslims en de Islamitische kennis ging achteruit. Boeken en andere culturele en intellectuele kunstvoorwerpen werden op de planken gehouden en alleen enkele geleerden en geschoolden waren overgebleven. Het verlangen om te studeren en te onderzoeken verminderde. De grote hoeveelheden van culturele en intellectuele rijkdom in de staat en samenleving werd niet naar gezocht omdat de staat het navolgen hiervan nooit stimuleerde. Intellectuelen zochten kennis met enkel kennis ten doel of ze zochten kennis om hun bestaan mee te bekostigen. Schaars waren inderdaad degenen die kennis zochten om de oemmah en de staat voordeel te doen. Als bijgevolg bestonden het wetenschappelijke, culturele en wetgevende momentum niet en het begrip van Islam was in wanorde. De moslims begrepen Islam eerder alleen spiritueel dan intellectueel, wetgeeflijk en politiek. Het originele idee van Islam en de methode waarmee dit idee is geïmplementeerd werd vaag. De moslims konden de Koran en Soenna niet meer op een goede manier waarnemen en begonnen te denken dat Islam slechts een spirituele religie was. Ze begonnen Islam te vergelijken met andere religies met een spirituele benadering in plaats van het benaderen van Islam als een ‘aqiedah en een complete manier van leven. Derhalve was het geen verrassing toen de moslim oemmah onder het leiderschap van de Ottomaanse Staat niets stond te doen en verward was door de Europese revolutie. Ze bleef visueel achter zonder beïnvloed te worden door de economische progressie waar Europa van genoot noch door de verschillende uitvindingen die daar plaatsvonden noch door de industriële revolutie die gelanceerd was in de gehele continent. De invloed die deze Europese materiële progressie had op de staat was minimaal en resulteerde nooit in een noemenswaardig voordeel noch genereerde het enig materiële progressie of enig andere groei. De meeste moslims namen Europa’s prestaties waar als zijnde in contrast met Islam en riepen op tot het verbod van het adopteren van zulke elementen van progressie. Een sterk voorbeeld van dit was toen de drukpers werd uitgevonden en de staat besloot de Koran af te drukken. Sommige geleerden verboden het printen , ze begonnen fatawa uit te spreken die alles wat nieuw was te verbieden en beschuldigden iedereen die de natuurlijke wetenschappen bestudeerde als een ongelovige. Ze beschuldigden elke intellectueel als zijnde kaafir en zindiq. Tegengesteld was er een kleine groep moslims in die tijd die als mening hadden dat men alles moest adopteren van het Westen; hun wetenschap, educatie, cultuur en beschaving. Dit waren degenen die in Europa waren opgeleid of in missionaristische scholen die geïnfiltreerd waren in de Islamitische wereld. Op het begin had deze kleine groep moslims weinig invloed op de samenleving. In de laatste jaren van de Ottomaanse Staat werd onder de oemmah het begrip dat het Westen haar cultuur van Islam had genomen, en dat Islam de adoptie van hetgeen eraan conformeerde en wat het niet tegensprak niet verbood, verspreid. Het Westen slaagde in het verspreiden van dit concept totdat dit werd geadopteerd door een meerderheid van de moslims, vooral de geschoolden, de geleerden en de juristen die bekend werden als “moderne geleerden” of “reformisten”. Echter dankzij de tegenstellingen tussen de Westerse en Islamitische culturen en vanwege de duidelijke verschillen tussen de Westerse en Islamitische concepten over het leven, waren de pogingen om de leer van Islam te harmoniseren met de Westerse cultuur gedoemd te falen. De reformisten raakten de weg kwijt en tijdens dit proces vervreemden ze zichzelf van Islam. Hun misleidde pro westerse aanpak faalde omdat ze de westerse concepten niet juist konden begrijpen en ze verwaarloosden tegelijkertijd de uitvindingen, wetenschap en industrie toen ze verder weg dreven van Islam. De oemmah vertrouwde hevig op zulke reformisten en als resultaat was de verwarring verergerd. De staat was niet instaat om een besluitvolle positie aan te houden en de oemmah verwierp alle middelen van materiële voorruitgang wat bereikt was door wetenschap, uitvindingen en industrieën. Ze werd zwak en oncapabel zich te verdedigen. Deze zwakheid moedigde de vijanden van Islam aan om de machteloze Islamitische Staat deel voor deel te verminken. De invasie van de missionarissen vermomd als wetenschappelijke samenwerking begon te infiltreren in de moslimlanden. Op hetzelfde moment verschenen verschillende bewegingen die het lukte de structuur van de staat te vernietigen. Het concept van nationalisme was ingeplant en gretig aangemoedigd door het Westen, dat wortel schoot in de Islamitische Staat, zoals de Balkan, Turkije, Arabische regio’s, Armenië, Koerdische regio’s en vele andere plaatsen. In 1914 stond de Staat op de rand van ineenstorting. Ze deed mee aan de Eerste Wereldoorlog en werd verslagen. Daarna werd ze uiteindelijk vernietigd in 1924. Derhalve viel de Islamitische Staat uiteen en de droom die het Westen voor vele eeuwen had gekoesterd was uiteindelijk vervuld. Het Westen wilde de Islamitische Staat vernietigen om zo Islam te vernietigen. Met het uiteenvallen van de Islamitische Staat, verwerd het systeem in de moslimlanden on-Islamitisch en de moslims leven sindsdien onder een niet-Islamitische banier. Sinds die tijd leven ze onder ongelovige regimes geregeerd door de wetten van ongeloof, ze zijn verward geworden en hun situatie is verslechterd.
Afdrukken