Consolidatie van de Islamitische veroveringen

De moslims bevrijdden vele landen en regeerden hen met Islam. Islam had hen bevolen om de teugels van macht en leiderschap te houden. Zij werden verboden om geregeerd te worden door niet-moslims. Allah (swt) zegt in Soerah an Nisaa’: )وَلَنْ يَجْعَلَ اللَّهُ لِلْكَافِرِينَ عَلَى الْمُؤْمِنِينَ سَبِيلًا( “En Allah zal nooit aan de ongelovigen een weg (macht) tegen de gelovigen geven”. (VBK soerah an Nisaa’ 4, vers 141) Allah (swt) verleende de ‘Izzah aan de Gelovigen. Hij (swt) zegt in Soerah al Moenafiqien: )وَلِلَّهِ الْعِزَّةُ وَلِرَسُولِهِ وَلِلْمُؤْمِنِينَ وَلَكِنَّ الْمُنَافِقِينَ لَا يَعْلَمُونَ( “En alle macht behoort aan Allah en aan Zijn Boodschapper en aan de gelovigen, maar de huichelaars weten het niet”. (VBK soerah al Moenafiqien 63, vers 8) Echter, Allah (swt) gaf hen niet de macht, noch gaf Hij hen de heerschappij en leiderschap, totdat zij beschikten over een Islamitische gedachtegang. Deze mentaliteit droeg het idee van de taak van heerschappij als middel om Islam te implementeren en haar Boodschap te propageren, en niet om een lust voor macht te vergaren. Totdat zij een Islamitische mentaliteit verkregen hadden (de bekwaamheid hadden om te begrijpen wat de heerschappij en de verantwoordelijkheid tegenover Allah omvat) werd de autoriteit om te heersen en om de aangelegenheden van de mensen te ordenen van hen weg gehouden. De pracht van Islam werd gereflecteerd in de acties van die regenten en in hun woorden en het bereikte de mensen over wie zij regeerden door de implementatie van de Sjari’a. Deze onvermijdelijkheid resulteerde in de overtuiging van deze mensen, zodanig dat zij Islam in groepen omarmden. De macht, leiderschap en heerschappij behoorden toen ook aan hen. Hun landen werd een Islamitisch huishouden en een deel van de Islamitische Staat. De Islamitische concepten werden geconsolideerd door de heerschappij over de veroverde landen middels Islam, gevolgd door de adoptie van het Islamitische geloof totdat de opening van landen door de Islamitische Staat een gegeven was tot de Dag der Wederopstanding. Het ontwortelde de mensen van hun vorige toestand en heersende autoriteit en transformeerde hen van ongelovigen tot moslims en hun land van Daar al koefr naar Daar al Islam. Deze omstandigheid bleef intact totdat de Islamitische heerschappij vernietigd werd. Haar mensen echter bleven moslims en hun land bleef Islamitisch, zelfs nadat de Islamitische heerschappij vergaan was en de autoriteit van de Staat verdreven was. Hoewel de Islamitische Staat tegenwoordig afwezig is, bleven de landen die geopend werden door de moslims, moslimlanden en de mensen zelf bleven eveneens moslims, en dit land heeft nog steeds de potentie voor de terugkeer van het Islamitische gezag en de verspreiding van haar autoriteit over haar territorium. Verschillende factoren hebben de Islamitische openingen permanent geconsolideerd en de kiemen van Islam ingeplant tot de Dag van Wederopstanding. Sommigen van deze factoren maakten het bestuur van de bevrijde landen simpel vanaf het begin, zoals de natuur van de Islamitische wetgeving. Andere factoren bereidden de mensen voor om Islam binnen te treden, zoals de gedragingen van de heersers terwijl andere factoren bijdroegen aan de implementatie van de kiemen van Islam in de harten en gedachtes van degenen die het voor altijd omarmden, zoals de natuur van de Islamitische ‘aqiedah. Samengevat kunnen de factoren als volgt opgesomd worden: 1. Islam is een rationele ‘aqiedah. Het dwingt diegene die het omarmd in haar te geloven, rationeel door de begeleiding van het intellect. Dus op het moment dat een mens Islam omarmt, verandert hij in een denkend persoon. Dit is zo omdat zijn attentie geleid wordt naar de schepselen en het universum, gecreëerd door Allah (swt), aldus hem in staat stellend om het bestaan van zijn Schepper te realiseren en daarbij hem aan te moedigen om kennis te vergaren over Zijn regels, om ze te extraheren en zijn eigen problemen ermee op te lossen. Daarom zal Islam onvermijdelijk een deel van de persoon worden en dit zal hem motiveren om haar regels te begrijpen en te implementeren. 2. Islam verplicht een moslim om kennis te vergaren en om bekend te zijn met de Islamitische cultuur. Het is niet genoeg voor een moslim om simpelweg de Sjahadatain (twee getuigenissen van het geloof) af te leggen om zowel Islam te kennen en te begrijpen. Hij moet Islam veelomvattend bestuderen en beginnen met het ontwikkelen van een heldere visie op het doel van de mens, leven en het universum en de manier waarop Islam dezen ordent. Deze kennis verbreedt de horizon van de moslim en ontwikkelt zijn visie, hiermee zijn mentaliteit verrijkend, hem makend tot een leraar van anderen. 3. De natuur van de Islamitische ideologie en haar Sjari’a moeten progressief verworven worden, met andere woorden, het moet de manier zijn waarop het individu informatie leert en verwerkt vanuit de samenleving waarin hij leeft. De moslims leerden over Islam om het te implementeren. Dit is waarom de moslims altijd gretig en ijverig waren ten opzichte van Islam. Zij hadden een alomvattende gedachte, rijke kennis en een brede horizon doordat de Islamitische ‘aqiedah zich diep in hun harten en gedachten geworteld had. Zij verkregen ook de Islamitische regels en opinies na een intensief onderzoek en studie en omdat de praktische implementatie van Islam dominant was. De moslims leerden Islam niet met het doel om enkel kennis op te slokken omdat dit hen zou maken tot lopende boeken, informatie bevattend over Islam. Dit zou hen tot intellectuele sponzen maken, de kennis opzuigen bij elke kans, maar niet handelend naar de informatie om te veranderen en de samenleving te ordenen. De informatie zou uiteindelijk opdrogen (zoals water) en het individu zou geen impact op de samenleving hebben. Zij luisterden ook niet naar Islam alszijnde een advies. Dit zou hen tot oppervlakkige individuen maken, niet in staat om het geloof te koppelen aan het dagelijks leven. De moslims verzekerden dat zij deze twee gevaarlijke paden vermeden, dat wil zeggen het leren van Islam enkel voor de informatie of het nemen als een advies. De moslims beperkten hun leren over Islam en haar regels volgens de methode verordonneert door Islam, welke het duidelijke en verlichte begrip van Islam is om het te implementeren in het dagelijkse leven. 4. Islam is progressief. Het leidt de moslims tot nieuwe hoogtes en zet hen op het pad van perfectie. Het verplicht de moslim om bepaalde handelingen te verrichten, de uitvoering welke de moslim zal leiden tot een niveau van perfectie waar hij kan genieten van spirituele superioriteit, gemoedsrust en waar geluk. De mens, eenmaal verheven tot een dergelijk niveau, zal daar blijven en niet degraderen. Echter, als het bereiken van een dergelijk niveau van perfectie moeilijk te bereiken was, is het behoudt van een dergelijk niveau nog zwaarder, daarom moeten de handelingen uitgevoerd door de moslims consistent en permanent zijn en niet tijdelijk. Dit stelt de mens in staat om het behaalde niveau van superioriteit en vooruitgang te behouden. Deze handelingen vormen daden van aanbidding, van welke sommigen verplicht zijn en anderen aanvullend. Het vervullen van de verplichtingen door alle mensen zal leiden tot het realiseren van een gemeenschappelijke vooruitgang. Het uitvoeren van hetgeen verder gaat dan de verplichte handelingen, moedigt de mensen aan om naar perfectie te streven. De uitvoering van deze handelingen is geen zware taak, noch is het een vermoeiende of verbrijzelende ervaring, noch houdt het de ontbering in van de plezieren van het leven en een absentie van haar vreugdevolle aspecten. Het leidt niet tot de onderdrukking van instincten en heeft niet de contradictie van de menselijke natuur als bijgevolg. Nee, de uitvoering van dergelijke daden van aanbidding, vooral de verplichte, is een makkelijke taak en binnen het vermogen van elk menselijk wezen, ongeacht zijn sterkte en wilskracht. Daden van aanbidding verhinderen hem niet om van het leven te genieten. Het vervullen van een aangeraden daad van aanbidding is een Mandoeb (aangeraden zaak), de moslims voeren deze uit met grote ijver en gretigheid, wetend dat zij hiermee de tevredenheid van Allah (swt) zullen verdienen. 5. De moslims veroverden andere landen om de Boodschap van Islam uit te dragen. Als resultaat hierrvan voelden zij dat zij gezanten van barmhartigheid en leiding waren. Zij zouden een land binnengaan, erover regeren volgens Islam en zodra de mensen Islam omarmden zouden zij dezelfde rechten als de moslims genieten. Zij zouden verplicht worden om dezelfde taken uit te voeren als welke waarmee de moslims belast werden. De pas geopende landen zouden genieten van de rechten die de staat voorzien heeft voor andere moslim regio’s en zou een integraal deel van de Islamitische Staat worden, want het Islamitische regeringssysteem is een systeem van eenheid. Dit is waarom de mensen van de geopende landen nooit een gevoel van kolonialisatie hadden, noch bemerkten zij ooit de kleinste tekenen van kolonialisatie. Daarom was het niet verrassend dat de mensen Islam omarmden in groten getale, nog meer toen zij hadden getuigd van de implementatie van de ware Islam. 6. De Islamitische ideologie en regels zijn niet exclusief. Het is toegestaan om hen aan alle mensen te leren en het is in feite een verplichting op hen om het aan iedereen te leren zodat zij kunnen proeven van de zoetheid van Islam en haar ware realiteit kunnen realiseren. De Boodschapper van Allah (saw) zond gouverneurs, rechters en leraren om over de mensen te regeren met Islam en hen haar regels te leren. De moslims die na hem (saw) kwamen openden veel landen en stelden regenten en onderwijzers aan die de mensen Fiqh en de Koran leerden. De mensen verwelkomden de Islamitische educatie met open armen totdat hun cultuur Islamitisch werd. Inclusief degenen die Islam niet hadden omarmd. 7. De Islamitische Sjari’a is universeel en veelomvattend. Daarom hoefden de moslims nooit de wetten van het land dat zij wilden openen te bestuderen. Zij hoefden zich nooit aan te passen of te compromitteren tussen de wetten die zij gebracht hadden om de problemen van de mensen op te lossen en de wetten die binnen het land bestonden. Zij openden een land en introduceerden de Sjari’a als een compleet systeem, Islam vanaf de eerste dag implementerend. Hun methode was radicaal in de zin dat er geen gefaseerde benadering was van de implementatie van het systeem, zoals het implementeren van de wetten A, B, en C, maar niet D, omdat het implementeren van wet D zou leiden tot controversie, de afkeer van mensen van Islam, of dat het te moeilijk was om aan te houden. Er waren geen lapjes hier en daar. De moslims zouden geen status quo toestaan om hen te verhinderen van de toepassing van de Islamitische systemen. Zij openden het land met als enige doel Islam aan haar mensen uit te dragen om hun corrupte stand van zaken en turbulente levens te veranderen. Dit verreiste de ontworteling van de oude structuur en het te vervangen met een nieuwe structuur op een alomvattende manier. Dit is waarom het vanaf de eerste dag eenvoudig was voor de moslims om over de bevrijde mensen te regeren. Hun heerschappij zou compleet en ferm gerealiseerd worden. Ze leden nooit aan wettelijke crises, noch ondergingen zij een overgangsperiode. Zij hadden hun Boodschap en het was gebaseerd op een ‘aqiedah van waar het systeem, de wetgeving en regels voortvloeiden. Het was en is een Sjari’a die geldig is voor implementatie op ieder menselijk ras, altijd en overal.
Afdrukken