De Slag van Taboek

Het nieuws bereikte de Boodschapper van Allah (saw) dat de Romeinen aan het voorbereiden waren het noorden van het Arabisch Schiereiland aan te vallen om zo de herinnering van de spectaculaire tactische terugtrekking die het moslimleger had ingezet in de slag van Moe’ta uit te wissen. Deze keer besloot hij (saw) de buitenlandse dreiging zelf te confronteren dus ontwierp hij (saw) een plan, ontworpen om alle ambities die de Romeinse leiders hadden over het bemoeien met de zaken van de moslims of alle gedachten die ze zouden mogen hebben om hun landen aan te vallen, te vernietigen. Het was het einde van de zomer, de hitte was intens en er was droogte. De afstand tussen Medina en asj Sjaam was lang en zwaar, en het was niet het seizoen om te reizen. Daarom zou de reis uithoudingsvermogen vereisen. De Boodschapper van Allah (saw) die met deze factoren rekening hield, ongekarakteriseerd onthulde hij de bestemming aan zijn mannen om ervoor te zorgen dat zij adequate voorbereidingen zouden treffen. In zijn andere militaire ontmoetingen hield de Boodschapper van Allah (saw) altijd zijn doelen geheim, de vijand misleidend door een strategie of misleidende manoeuvres te adopteren. Echter, in deze gelegenheid, met het oog op de verzachtende omstandigheden verklaarde de Boodschapper van Allah (saw) vanaf de eerste dag zijn intentie om de Romeinen aan de grenzen te bevechten. Hij (saw) stuurde mensen naar alle stammen toe vragend of zij zich wilden voorbereiden op oorlog, zodat er zoveel mogelijk Moedjahidien verzameld konden worden. Hij (saw) beval rijke moslims geld uit te geven welke Allah (swt) hen in Zijn gulheid geschonken had, om als het mogelijk was de moslims tot de tanden te bewapenen. De Boodschapper van Allah (saw) begon mensen op te roepen en aan te manen om mee te doen aan de djihaad. Als reactie varieerde het antwoord van de moslims. Diegenen die Islam met hun harten vol leiding en licht hadden omarmd, haastten zich naar de oproep van Allah’s Boodschapper (saw) met grote moed. Sommigen van hen waren arm, niet eens een ezel bezittend om op te rijden, en anderen waren rijk, zij brachten al hun bezittingen en droegen het over aan de Boodschapper van Allah (saw). Het waren dezen die zich hartgrondig vrijwillig beschikbaar stelden om op de weg van Allah (swt) te vechten, constant verlangend naar het martelaarschap. Maar diegenen die Islam enkel voor het persoonlijke profijt hadden omarmd – angst voor de moslims of anticiperend op het verkrijgen van een deel van de buit – diegenen waren lauw in hun respons en zij waren degenen die excuses probeerden te vinden. Zij fluisterden onder elkaar over de aanval die plaats zou nemen in dit verre land, dat kookte in de brandende hitte. Dat waren de hypocrieten. Zij zeiden tegen elkaar: “Vecht niet in deze hitte”. Allah (swt) openbaarde het volgende vers betreffende hun hachelijke situatie: )وَقَالُوا لَا تَنْفِرُوا فِي الْحَرِّ قُلْ نَارُ جَهَنَّمَ أَشَدُّ حَرًّا لَوْ كَانُوا يَفْقَهُونَ( “En zij zeiden: “Rukt niet uit in de hitte!” Zeg: “De hitte van de Hel is erger.” Als jullie dat toch begrepen! (VBK soerah at Tawba 9, vers 81) De Boodschapper van Allah (saw) zei tegen Djadd ibn Qays: “Zou jij willen vechten tegen de Banoe Asfar, Djadd?” Djadd antwoordde: “Wilt u me toestaan om achter te blijven en me niet te verleiden, want iedereen weet dat ik sterk verslaafd ben aan vrouwen en ik ben bang dat als ik Romeinse vrouwen zie dat ik niet in staat ben om mijzelf te bedwingen.” Toen de Boodschapper van Allah (saw) dit hoorde, wendde hij zich van hem af. Hij was het waarvoor Allah (saw) het volgende vers openbaarde: )وَمِنْهُمْ مَنْ يَقُولُ ائْذَنْ لِي وَلَا تَفْتِنِّي أَلَا فِي الْفِتْنَةِ سَقَطُوا وَإِنَّ جَهَنَّمَ لَمُحِيطَةٌ بِالْكَافِرِينَ( “En onder hen zijn er die zeggen: “Geef mij vrijstelling en breng geen onheil over mij.”Weet, dat zij zich (reeds) in het onheil hebben gestort, en voorwaar, de Hel omsingelt zeker de ongelovigen.”(VBK soerah at Tawba 9, vers 49) De hypocrieten hielden het niet daarbij, zij begonnen zelfs mensen aan te sporen om niet deel te nemen aan de djihaad en dus besloot de Boodschapper van Allah (saw) om hen hard te behandelen om hen een les te leren. Toen het nieuws hem (saw) bereikte dat sommige van de hypocrieten bijeenkwamen in het huis van Soewaylim de jood, waar zij aan het complotteren waren en twijfel in de gedachten van de mensen introduceerden, om hen aan te moedigen om achter te blijven en niet te vechten, zond hij (saw) Talha ibn ‘Oebaydoellah naar hen met een groep van zijn (saw) Sahabah, en zij hadden het huis platgebrand. Iedereen vluchtte van de plek en één van hen brak zijn been terwijl hij uit het gebouw vluchtte. Dit diende als een waarschuwing voor anderen en niemand onder de hypocrieten durfde een dergelijke opruiing te herhalen. De fermheid en krachtigheid waarmee de Boodschapper van Allah (saw) het leger voorbereidde, wekte een diepe indruk op het publiek en een groot aantal troepen werden verzameld. In totaal ongeveer dertigduizend mensen antwoordden op de oproep voor djihaad. Het leger werd het leger van al ‘Oesra (crisis of ontbering) genoemd, omdat ervan verlangd werd om een formidabele Byzantijnse macht te confronteren in de zomerse hitte, ver weg van Medina. Het leger beschikte ook over een enorme financiering. Het verzamelde leger werd in het gebed geleid door Aboe Bakr, terwijl de Boodschapper van Allah (saw) zijn onafgemaakte zaken in Medina op orde bracht en hij bracht zijn (saw) instructies uit gedurende zijn (saw) absentie. Deze waren de instructies dat Moehammad ibn Maslamah de leiding zou nemen in Medina en ‘Ali zou achterblijven om op de vrouwen van Allah’s Boodschapper (saw) te letten. De Boodschapper van Allah (saw) vergezelde daarna het leger weer en nam het bevel over. Daaropvolgend was het bevel om vooruit te marcheren. Zij gingen massaal voort met een spectaculaire vertoning van kracht en macht welke gezien werd door de mensen die in Medina achterbleven. Vrouwen klommen op de daken om deze enorme macht van Moejahidien te zien. Het leger ging meedogenloos voort naar asj Sjaam, niet aan enige twijfel denkend, ongestoord door de hitte, dorst of schaarste. Sommigen van hen die achterbleven werden geroerd door deze vertoning van kracht en moed en dus verenigden zij zich al snel met de troepenmacht en marcheerden richting Taboek waar de Romeinse legers verbleven, klaar om de moslims aan te vallen. Echter, de Romeinen hadden gehoord over de grootheid en sterkte van het moslimleger, de herinnering van Moe’ta flitste voor hun ogen voorbij. Zij herinnerden zich de moed en vastberadenheid van de moslims ondanks hun inferieure wapens en kleine aantallen. Het feit dat deze keer de Boodschapper van Allah (saw) aan het hoofd van een moslimleger was, zorgde voor rillingen door hun ruggengraten. Zij waren simpelweg doodsbang en dit zorgde ervoor dat zij zich terug haastte naar het binnenlandse gedeelte van asj Sjaam en de veiligheid van hun forten. Na hun terugtrekking van Taboek waren de Romeinse posities op de grens van as Sjaam verlaten. Toen de Boodschapper van Allah (saw) dit had gehoord, ging hij(saw) onafgebroken door binnen Taboek, bezette het zonder een gevecht en sloeg daar kamp op. Hij (saw) besloot om de Romeinen niet te achtervolgen, maar tevreden te zijn met de opening van Taboek en de controle over de omringende regio’s. De moslim troepenmacht verbleef een maand in Taboek, zich bezighoudend met de troepen die wensten te vechten. Hij (saw) zond berichten naar de leiders en gouverneurs die onder Romeins gezag stonden in hun gebieden. Hij (saw) schreef naar Yoehanna ibn Roe’ma, gouverneur van Ayla, de mensen van al Djarba’ en van Adra, hen vertellend om zich over te geven of een invasie te riskeren, waarop zij zich overgaven en gehoorzaamden. Zij sloten vrede met de Boodschapper van Allah (saw) en betaalden de djizya. Nadat hij deze zaak volledig afgehandeld had keerde de Boodschapper van Allah (saw) terug naar Medina. Tijdens zijn afwezigheid maakten de hypocrieten gebruik van de situatie door roddels te verspreiden wat zorgde voor verdeeldheid onder de gelovigen. Zij versterkten hun misleidende operaties binnen de samenleving middels een ‘moskee’ in Thoe Awan, een stad die ongeveer een uur reizen (gedurende daglicht uren) verwijderd is van Medina. De ‘moskee’ werd gebruikt als beschutting door de hypocrieten die de woorden van Allah probeerden te vervormen en die verdeeldheid in de samenleving probeerden te zaaien door het spreiden van vergiftigende verhalen. De eigenaren van de ‘moskee’ hadden de Boodschapper van Allah (saw) benaderd toen hij zich aan het voorbereiden was op de expeditie naar Taboek, hem vragend om te komen en daar te bidden. Hij (saw) vroeg hen te wachten totdat hij terug zou komen van zijn reis. Bij zijn terugkeer hoorde de Boodschapper van Allah (saw) over hun schadelijke daden en de waarheid over de ‘moskee’ werd aan hem geopenbaard. Er werd bevolen dat de ‘moskee’ vernietigd moest worden en het werd in delen platgebrand. Met de hypocrieten werd inderdaad hard omgegaan. In het licht van hun ervaring begonnen ze doodsbang te worden en durfden zij zich nooit meer met in een dergelijke onderneming in te laten. De Taboek expeditie markeerde de completering van de autoriteit van de moslims over het gehele Arabische Schiereiland. Het Woord van Allah verspreidde over het gehele land en Allah’s Boodschapper (saw) stelde zijn (saw) dominantie veilig en vestigde zijn (saw) autoriteit zonder dat er iemand was die hem zou kunnen uitdagen. Na deze tijd, kwamen er menigtes Arabische stammen naar hem toe en beloofden hun gehoorzaamheid en verklaarden hun onderwerping aan de Islam.
Afdrukken