De da'wah in Medina

Toen de mensen van de eerste eed van al ‘Aqabah terugkeerden naar Medina en Islam verspreidden naar elk huishouden onder de Ansaar, zonden ze een man naar de Boodschapper van Allah (saw) met een brief, hem vragend om iemand te sturen die hen de dien en de Koran zou leren. De Boodschapper van Allah (saw) verliet nooit de mensen die Islam accepteerden voordat hij ze de regels had geleerd en hen opvoedde juiste Islamitische cultuur, welke hen de mogelijkheid gaf om Islam te begrijpen en haar essentie te realiseren. Want de Islamitische cultuur is van vitaal belang voor elke Moslim, en het is een middel om de ‘aqiedahh te versterken en de Boodschap van Islam te begrijpen, en het garandeert daarom de consistente implementatie van Islam. Degenen die Islam accepteerden en dit merkten vroegen daarom iemand om hen te onderwijzen. De Boodschapper van Allah (saw) stuurde Moes’ab ibn ‘Oemajr naar hen.

Bij aankomst verbleef Moes’ab bij As’ad ibn Zoerarah en ze begonnen de mensen te bezoeken in hun huizen en kampen, hen oproepend tot Islam en de Koran reciterend en consequent accepteerden een man of twee de Islam totdat Islam zichzelf manifesteerde en verspreidde tot elk huishouden van de Ansaar behalve in het huishouden van Khatmah, Wa’il en Waqif die tot (de stam) van Aws-Allah behoorden. Moes’ab ibn ‘Oemayr onderwees hen de dien en de recitatie van de Koran. Later schreef hij de Boodschapper van Allah (saw) een brief waarin hij vroeg om toestemming om hen te verzamelen. Allah’s Boodschapper (saw) gaf hem toestemming en schreef terug: “Wacht totdat de joden hun Sabbat verklaren, nader Allah dan in de middag met twee Rak‘at en geef dan jouw Choetbah.” Moes’ab ibn ‘Oemajr verzamelde hen in het huis van Sa’d ibn Khaythamah. Ze waren met twaalf man en hij slachtte een geit voor hen. Moes’ab was de eerste in de historie van Islam die het djoemoe’a (vrijdag) gebed heeft gehouden.

Moes’ab bleef Medina rondgaan om de mensen op te roepen tot Islam en hen de dien te onderwijzen.

Op een dag ging As’ad ibn Zoerarah weg met Moes’ab ibn ‘Oemayr naar de gebieden van Banoe al Ashhal en Banoe Zafar (Sa’d ibn Moe’adh was bij toeval As’ad ibn Zoerarah’s neef van moeders zijde.) Ze kwamen één van de tuinen van Banoe Zafar binnen bij een put genaamd Maraq en ze zaten erin, alwaar sommige van de mensen die Islam hadden geaccepteerd, zich verzamelden. Sa’d ibn Moe’adh en Oesayd ibn Hoedayr waren de leiders van hun stam in die tijd. De Banoe ‘Abd al Ashhal en de twee leiders volgden het polytheïsme van hun stam. Toen ze hoorden over Moes’ab, zei Sa’d tegen Oesayd: “Ga naar deze twee die ons gebied binnen zijn gekomen om onze kameraden voor schut te zetten, verdrijf ze en verbied hen ons gebied binnen te komen. Als het niet was dat As’ad ibn Zoerarah familie van mij was zoals jij weet, had ik je de problemen bespaard. Hij is mijn tante’s zoon en ik kan hem niets doen.”

Dus Oesayd nam zijn lans en ging naar hen; en toen As’ad hem zag zei hij tegen Moes’ab: “Dit is de leider van deze stam die nu naar jou komt, dus wees oprecht jegens Allah met hem.” Moes’ab zei: “Als hij gaat zitten zal ik met hem praten.” Hij stond kwaad ogend bij hen en vroeg wat ze wilden door hun zwakkere kameraden te misleiden. “Verlaat ons als jullie, jullie leven lief hebben.” Moes’ab zei: “Waarom ga je niet zitten en luisteren? Als het bevalt wat ik je te zeggen heb kun je het accepteren, en als het niet bevalt, kun je het laten.” Hij was het er mee eens dat het eerlijk was, stak zijn lans in de grond en ging zitten. Moes’ab legde Islam aan hem uit en reciteerde de Koran. Nadat dit gebeurd was zei hij, volgens wat overgeleverd is door hen: “Bij Allah, voordat hij sprak herkenden we Islam in zijn gezicht door zijn vredige uitstraling”. Hij zei: “Wat een fantastisch en schitterend gesprek is dit! Wat moet men doen als hij deze dien wil binnengaan?” Ze vertelden hem dat hij zichzelf en zijn kleding moest reinigen en daarna de Waarheid moest getuigen en twee Rak’at moest bidden. Hij deed dit gelijk en zei: “Er is een man onder mij, als hij jou volgt zal iedereen van zijn volk hem volgen. Ik zal hem meteen naar je sturen, het is Sa’d ibn Moe’adh.”

Hij nam zijn lans mee en vertrok richting Sa’d en zijn mensen terwijl zij zaten in een bijeenkomst. Toen Sa’d hem zag komen zei hij: “ Bij Allah, Oesayd komt met een andere uitdrukking op zijn gezicht dan toen hij van jou vertrok.” En toen hij naar hem toe kwam en hem vroeg wat er was gebeurt zei hij: “Ik heb gesproken met de twee mannen en zag geen kwaad in hen. Ik verbiedde hen door te gaan en ze zeiden tegen mij: “We zullen doen wat jij wilt; en er werd mij verteld dat Banoe Harithah naar As’ad was uitgegaan om hem te vermoorden omdat hij wist dat hij de zoon was van jouw tante zodat jij gezien zou worden als een verraderlijke beschermer van jouw gasten.”

Sa’d was woedend en stond meteen op, gealarmeerd door wat werd gezegd over Banoe Harithah. Hij nam de lans van zijn hand en zei: “Bij Allah ik zie dat jij volkomen ineffectief bent geweest.” Hij ging uit naar hen en toen hij ze comfortabel zag zitten wist hij dat Oesayd het opzettelijk gedaan had, zodat hij naar hen zou luisteren. Hij stond bij hen, woedend ogend. Hij zei tegen As’ad: “O Aboe Oemamah, was het niet dat er een relatie tussen ons was dan zou jij mij niet zo behandeld hebben. Zou jij je in onze thuislanden gedragen op een manier die wij verafschuwen?” As’ad zei al tegen Moes’ab: “O Moes’ab, bij Allah, de leider die gevolgd wordt door zijn volk is naar jou gekomen. Als hij jou volgt, zullen geen twee van hen achter blijven.” Dus Moes’ab zei tegen hem: “Zou je niet zitten en luisteren? Als je bevalt wat je hoort kun je het accepteren en als het je niet bevalt, kun je het laten.” Hij stemde ermee in dat het eerlijk was, stak zijn lans in de grond en ging zitten. Hij legde Islam aan hem uit en reciteerde uit de Koran.

Achteraf zeiden ze, volgens wat van hen was overgeleverd: “Bij Allah, voordat hij sprak herkenden we Islam in zijn gezicht bij zijn vredige uitstraling.” Hij zei: “Wat een fantastisch en prachtig gesprek is dit! Wat moet men doen als hij deze dien binnen wilt gaan?” Ze zeiden hem dat hij zichzelf en zijn kleding moest wassen en reinigen, vervolgens de waarheid moest getuigen en moest bidden. Hij deed dat onmiddellijk. Toen nam hij de lans en ging terug naar de ontmoetingsplek van zijn volk vergezeld met Oesayd ibn Hoedayr. Toen ze hem zagen aankomen zeiden ze: “Wij zweren bij Allah, Sa’d is teruggekeerd met een andere blik dan die hij had toen hij van jullie vertrok.” En toen hij stopte bij hun en zei: “O Banoe ‘Abd al Ashhal, hoe hoog geldt mijn autoriteit over jullie?” Ze antwoordden: “U bent onze leider, het meest begaan met onze belangen, de beste in het oordelen en het meest fortuinlijk in leiderschap.” Hij zei: “Ik zal niet tot een man of vrouw onder jullie spreken totdat jullie geloven in Allah en Zijn Boodschapper.” Als reactie hierop omarmden elke man en vrouw van de Banoe ‘Abd al Ashhal de Islam. Moes’ab keerde terug naar het huis van As’ad ibn Zoerarah en hij bleef bij hem als gast, en hij zette de oproep van mensen naar Islam voort, totdat bijna elk huishouden van de Ansaar, Moslim mannen en vrouwen onder hen had. Moes’ab ibn ‘Oemayr bleef in Medina voor één jaar onder de ‘Aws en de Khazradj, hen de dien onderwijzend, en met grote vreugde aanschouwde hij het groeiende aantal van de helpers van Allah’s autoriteit en het woord van de waarheid.

Hij, moge Allah tevreden met hem zijn, klopte aan de deuren van mensen in de hoop met hen in contact te komen en de Boodschap van Allah aan hen over te brengen. Hij liep naar de velden en contacteerde de boeren om hen op te roepen tot Islam. Hij confronteerde ook de leiders en riep hen op tot de dien van Allah (swt). Hij voerde ook sommige weloverwogen tactieken uit, zoals de tactiek die hij gebruikte met As’ad ibn Zoerarah, om toegang te krijgen tot de mensen en hen het geluid van de Waarheid te laten ontvangen, totdat hij het voor elkaar kreeg in één jaar de ideeën in Medina te veranderen van corrupte idolenaanbidding en incorrecte emoties naar tawhied en imaan en Islamitische emoties die sjirk verafschuwden en hen deed afkeren van kwade handelingen zoals bedriegen, frauderen en andere ondeugden. Als gevolg van Moes’ab’s activiteiten en de activiteiten van degenen die Islam omarmden, werd in één jaar Medina getransformeerd van een volk dat sjirk pleegde tot een volk dat zich wendde tot de Islam.

Afdrukken