De Continuïteit van de Islamitische Staat

Toen de Boodschapper van Allah (saw) overleden was, was er een consensus onder de sahabah over het feit dat de baj’ah aan de Khalifa die hem (saw) moest vervangen als hoofd van de Staat, gegeven moest worden. De moslims continueerde de aanstellingen van Khoelafa' tot het jaar 1342 na Hijra, 1924 na Chr. Zij noemden deze man amier al moe’minien of simpelweg de imaam. Geen moslim wordt Khalifah zonder de baj’ah en de Islamitische Staat volgde deze regel tot haar laatste dag van heerschappij. De applicatie van de baj’ah varieerde. In sommige gevallen werd de baj’ah direct aan de Khalifah gegeven. Sommige Khoelafa' raadde andere personen dan hun verwanten aan als opvolger. Sommige gaven het door aan hun zonen of andere leden van hun familie. En anderen raadden meer dan één persoon van hun familie aan. Echter, deze aanrading was niet genoeg om hen tot de Khalifah te maken, ze moesten de baj’ah ontvangen voor het aanvaarden van de ambt. Er is nooit een Khalifah aangesteld zonder een baj’ah. Het geven van de baj’ah varieerde ook. Het werd genomen van ahl al hall wal ‘aqd (prominente en invloedrijke figuren); het werd ook genomen van de mensen; en in sommige gevallen werd het genomen van sjajch al Islam (de meest vooraanstaande geleerde). Er waren bepaalde gevallen waar het nemen van de baj’ah misbruikt werd. Echter het was nog steeds een geldige baj’ah en niet simpel een opeenvolging van de positie van Khalifah, hoofd van de Khilafah. Elke Khalifah wees zijn assistenten aan welke in sommige perioden van de geschiedenis woezaraa' (assistenten) genoemd werden. De Khalifah wees gouverneurs, het rechtshoofd, de leger opperbevelhebbers en de hoofden van het staats departement aan. Op deze manier werd de structuur van de staat vormgegeven in alle tijden. De structuur werd nooit veranderd, totdat de koloniale ongelovige machten de Ottomaanse Staat vernietigd hadden en de Islamitische wereld in veel staten verdeeld hadden. Veel interne gebeurtenissen hebben in de Islamitische Staat plaatsgevonden gedurende haar geschiedenis. Dit werd hoofdzakelijk niet veroorzaakt door onbekende factoren, maar door een onbegrip van Islam voor de prevalerende omstandigheden in die tijd. Degenen die later de situatie interpreteerden poogden om de status quo te veranderen volgens hun eigen begrip. Elk van hen probeerde een opinie door te voeren om de bestaande staat van kwesties in die tijd te herstellen. Echter, deze verschillende opinies werden nog steeds als Islamitisch beschouwd. Daarom werden dergelijke verschillen gerelateerd aan de Khalifah zelf als een persoon en niet met de functie van Khalifah. Bijvoorbeeld, er waren verschillen over wie Khalifah moest worden en niet over het regeringssysteem. Verschillen waren gebonden aan sommige details en het had vaak niets van doen met de basis noch met de contouren. De moslims verschilden nooit over het Boek (Koran) en de soennah. De verschillen kwamen voort uit hun begrip van de Koran en soennah. Zo ook verschilden de moslims nooit over de aanwijzing van een Khalifah, maar over wie de positie moest vervullen. Ze verschilden nooit over de verplichting van het implementeren van Islam in haar totaliteit noch over het uitdragen van haar tot de gehele wereld. Alle Khoelafa' regeerden op deze basis, Allah’s regels implementerende en de mensen uitnodigend tot de dien van Allah(swt). Sommigen van hen echter, pasten de wetten van Islam verkeerd toe wegens verkeerd begrip en sommigen pasten de regels doelbewust verkeerd toe. Ze implementeerden allen echter Islam en niets behalve dit. Ze behielden hun relaties met andere landen, volken en naties op de basis van Islam en in het belang van het dragen van de Boodschap naar de gehele wereld. Daarom beïnvloedde interne verschillen nooit de uitbreiding van de Islamitische veroveringen en de verspreiding van Islam. De Islamitische Staat ging door met het veroveren van andere landen met het doel Islam te verspreiden, van haar aanvang tot de elfde eeuw Hidjra (zeventiende eeuw N.Chr). Ze veroverde Perzië, India, Caucasus (in Rusland) totdat ze de grenzen van China, Rusland en de Kaspische zee tot het Oosten bereikte. De Islamitische Staat veroverde asj Sjaam tot het Noorden; Egypte, Noord Afrika en Andaloesië (Spanje) tot het Westen; zo ook veroverde het Anatolië (Turkije), de Balkan, Zuid en Oost Europa totdat ze de Zwarte Zee bereikte samen met al Qaram (Krim Schiereiland) en het Zuiden van Oekraïne. De legers van de Islamitische Staat bereikten de poorten van Wenen. Ze stopte nooit met het veroveren van andere landen noch gaf ze het overbrengen van de Boodschap van Islam op, totdat zwakheid in haar sloop en de misinterpretatie van Islam schijnbaar werd. Ze verslechterde snel tot het punt waar ze begon met het adopteren van regels en wetgeving van andere systemen die vreemd waren aan Islam, denkende dat ze de sjari’a niet tegen zouden spreken en uiteindelijk werd ze vernietigd. De vooruitgang en voorspoed van de Islamitische Staat was evenredig met haar intellectuele kracht, haar creatieve vermogen en haar idjtihaad en qiyaas (analogisch redeneren voor het extraheren van een wet vanuit de Islamitische teksten). In de eerste eeuw breidden de openingen van de Staat zich enorm uit en idjtihaad bereikte nieuwe dimensies op het moment dat de staat nieuwe problemen tegen kwam in de geopende landen. De applicatie van de sjari’a wetten betreffende nieuwe kwesties die verrezen in Perzië, Irak, asj Sjam, Egypte, Spanje, India en andere landen moedigden de inwoners aan om Islam te omarmen. Deze situatie bevestigde de geldigheid van idjtihaad welke in praktijk werd gebracht en de creativiteit van de moslims. Dit continueerde tot aan de vijfde eeuw Hidjra en daarna namen de creativiteit en idjtihaad af wat resulteerde in de achteruitgang van de structuur van de Staat. Gedurende deze periode verschenen de kruisvaarders en hielden ze de moslims voor een tijdje bezig totdat ze overwonnen. Hierop volgend kwamen de Mamlukken en regeerden over de Islamitische Staat en ze gaven weinig aandacht aan de intellectuele aspecten, waardoor het intellectuele verval vergrootte en het politieke denken werd krachteloos. De verdere invasie van de Tartaren resulteerde in een verlies van een groot aantal boeken die in de rivier de Tigris werden geworpen en de vernietiging van dit aanzienlijke intellectuele erfgoed diende slechts als zout in de wonden. De intellectuele kwaal die deze factoren veroorzaakten droegen bij aan de stagnatie van idjtihaad. De zoektocht voor nieuwe vonnissen betreffende nieuwe kwesties die rezen was gebonden aan het geven van fatawa en de verdraaiing en misinterpretatie van de teksten. Als resultaat daalde het intellectuele en politieke denkniveau van de staat. Daarna kwamen de Ottomanen en zij vertrouwden op kracht. Ze concentreerden op militaire macht en veroverden Istanbul (Constantinopel), de Balkan en stormden Europa binnen op een spectaculaire manier wat hen maakte tot de leidende staat. Dit echter, zorgde niet voor een verheffing van het intellectuele niveau. De militaire macht werd niet ondersteund door een intellectuele opleving en dit resulteerde in het verdampen van de militaire kracht van de staat van dag tot dag, totdat het compleet verdwenen was. In ieder geval, droeg ze de boodschap van Islam en het lukte haar Islam succesvol te verspreiden, want de volkeren van de veroverde landen omarmden Islam en ze staan voor miljoenen die vandaag de dag moslim zijn. Twee factoren droegen bij om de Khoelafa' en de gouverneurs de mogelijkheid te geven om hun kwesties af te handelen op een manier die de eenheid en de macht van de Staat beschadigde. Deze factoren zijn: 1) Het bestaan van vele verschillende meningen (in het begrijpen van de hoekm sjar’i in sommige kwesties) 2) De weerzin van de Khalifah om specifieke wetten te adopteren die gerelateerd waren aan het politieke systeem, hoewel adoptie wel plaatsvond op andere gebieden zoals de economie. Deze factor echter beïnvloedde of bedreigde haar bestaan niet. Bijvoorbeeld was het regeren van de gouverneurs algemeen en hen waren verplichte machten gegeven wat hen de gelegenheid gaf kwesties te behandelen in naam van de Khalifah. Dit ontwikkelde in sommige gouverneurs een gevoel van suprematie, verwordend tot bijna onafhankelijk en autonoom. Ze waren simpelweg tevreden met het geven van de baj’ah aan de Khalifa en voor hem te bidden op djoemoe'a, tezamen met het uitgeven van de munt die zijn naam droeg en andere trivale kwesties. De autoriteit bleef ferm in hun handen en ze veranderden deze wilayaat (gouvernementen) in semi-onafhankelijke staten; bijvoorbeeld, Hamdaniyien, de Seltjoeken en anderen. Deze grote macht gegeven aan de wali was niet in haarzelf de reden van het opdelen in staatdelen van de Staat. Bijvoorbeeld had het gouverneurschap van ‘Amr ibn al ‘As over Egypte veel macht net als die van Moe’awiya ibn Abi Soefjaan over asj Sjaam en deze gouverneurs splitsten zich nooit af van de Khilafah. Echter, op het moment dat de Khoelafa' zwakker werden en een status quo van de woelaa’ accepteerden, schoot deze trend wortel en elke wilayah functioneerde als een individuele staat hoewel ze een deel bleven van één Staat en vielen onder één bestuurssysteem. Ondanks dit alles bleef de staat intact, een éénheid, waar de Khalifah altijd woelaa’ aanwees en verwijderde. Ongeacht hoe machtig een wali ook werd, hij durfde nooit officieel afstand te nemen van het bestuur van de Khalifah. De Islamitische Staat was nimmer in een tijd een confederatie van wilayaat, ondanks de onafhankelijkheid die de woelaa’ genoten. Het bleef altijd één Staat met één Khalifah die het enige lichaam was met uitvoerende machten betreffende de gehele Staat, inclusief de kleine dorpen. Wat de kwestie betreffende de Khilafah in Spanje en de geboorte van de Fatimidische Staat in Egypte, dit verschilt van de kwesties van de gouverneurs. In de kwestie van Spanje, namen de gouverneurs effectief de wilayah over en verklaarden onafhankelijkheid, maar de wali daar was nooit de baj’ah gegeven zoals de Khalifah is gegeven door al de moslims. Later echter, droeg hij de titel van Khalifah voor de mensen van die wilayah, maar niet over alle moslims. De Khalifah van de moslims bleef één en het bestuur behoorde tot hem. De wilayah van Spanje werd in die situatie gezien als een wilayah die niet onder de autoriteit viel van de Khalifah. Dit was ook de kwestie in Iran gedurende het Ottomaanse bestuur, want er was geen Khalifah daar, maar Iran was een wilayah buiten het bestuur om van de Khalifah. Wat betreft de Fatimiden in Egypte, deze was gevestigd door de Ismailis, wat een niet-Islamitische sekte is. Derhalve kan hun actie niet gezien worden als legitiem en hun staat kan niet beschouwd worden als Islamitisch. Hun aanwezigheid tezamen met de aanwezigheid van de Abbasidische Khilafah kan niet beschouwd worden als een aanwezigheid van meerdere Khoelafa' vanwege het feit dat de Fatimidische geen legitieme Khilafah was. Het was een poging tot een staatsgreep opgezet door deze sekte om de Islamitische Staat te veranderen in één die wordt bestuurd door hun valse begrip. Derhalve bleef de Islamitische Staat een geheel zonder een verdeling, het was nooit verdeeld in staten, alhoewel er sommige pogingen waren om het bestuur aan te pakken met een specifiek begrip. Deze pogingen faalden en de staat bleef één. De Islamitische Staat bleef één en onverdeeld, het was geen groep van staten, wat plaatsvond waren enkele pogingen om de macht te grijpen met het verlangen om een bepaalde Islamitische begrip van bestuur te implementeren. Deze pogingen kwamen uiteindelijk aan een eind en de Khilafah keerde terug naar een enkele entiteit. Het bewijs van de eenheid van de Islamitische Staat ondanks het bestaan van verschillende besturingssituaties kan gemakkelijk aangetoond worden door het feit dat een groep moslims in die tijd kon reizen van een wilayah naar een ander. Van Oost tot West waar Islam regeerde zonder dat er gevraagd werd naar zijn afkomst en zonder beperkt te worden, want het Islamitische domein was één land. Dit is hoe de Islamitische Staat altijd moslims verenigde onder één rechtsbevoegdheid en bleef in deze staat. Het bleef sterk en voorspoedig totdat de ongelovige koloniale machten het als een staat vernietigden in 1924 toen ze de Khilafah af schaften met de handen van Mustafa Kamal.
Afdrukken